Om een mooie afscheiding te maken, kun je je heggen vlechten. Dit gaat vaak gepaard met het nodige geweld, omdat je dan een rij volwassen struiken vlak bij de grond moet inhakken. Maar je kunt ze ook buigen.
Ik heb een aantal jaren geleden een cursus heggenvlechten gedaan en het certificaat behaald. Sindsdien ben ik aan de slag gegaan met hiep en bijl. Niet alle struiken lenen zich hiervoor, omdat de stammen soms te bros, te hol of anderszins ongeschikt zijn.
Inmiddels heb ik ook een paar keer Jef Gielen geholpen aan een vlechtheg, waarbij de jongere struikjes worden gebogen. Dat was interessant, en nu, jaren later heb ik zelf ook een jonge vlechtheg van tweedekans zaailingen met mijn buurman aangelegd. Deze bestaat onder andere uit wilg, berk, lijsterbes, kardinaalsmuts, roos, trompetbloem en sering. Daarnaast ben ik ook een jong berkenhegje aan het vlechten. (Zie de afbeelding boven aan dit bericht.) Mijn andere buren keken er twee jaar geleden nogal sceptisch tegenaan, maar nu vinden ze hem heel mooi.

Het voordeel van het buigen van jonge scheuten is dat ze niet zo snel breken en gewoon lekker doorgroeien. In tegenstelling tot het traditionele heggenvlechten, dat alleen in de koude seizoenen gebeurt, kun je het hele jaar door heggen buigen.