Er zijn mensen die zweren bij een tuin met 100% inheemse planten, want dat is goed voor de biodiversiteit. Ze hebben gelijk, maar niet als ze nuttige exoten gaan weren.
Klanten vertellen mij wel eens dat ik vooral de exoten uit hun tuin moet weghalen. Ik snap dat wanneer het gaat om bijvoorbeeld de Japanse duizendknoop en de bamboe in te dammen. Deze planten overwoekeren ook andere, gewilde planten in hun tuin. Maar exoten – ook deze – zijn niet per se slecht voor de natuur en ook niet giftig.
Insectvriendelijke exoten
Het is 25 juli 2026 en we proberen het koel te houden tussen de hittegolven, die de laatste jaren steeds vaker voorkomen. Tuinen en groenstroken zien er steeds eerder in het jaar geel uit. Ik zie dat de inheemse planten het moeilijk hebben met de klimaatverandering, maar een aantal uitheemse planten houden het ondanks de droogte nog goed vol. Ze dragen nog aardig wat frisse bloemen, waar hordes bijen, hommels en vlinders op afkomen. Denk aan de populaire geurende vlinderstruik uit China, guldenroede en teunisbloem uit Noord-Amerika. Mijn advies: koester deze immigranten, ik leg later in dit stuk uit waarom.
Inheemse planten winnen
Ik moet er eerlijkheidshalve bij vertellen dat exoten minder soorten aantrekken dan inheemse planten. Uiteraard hebben inheemse planten nog steeds een betere invloed op de biodiversiteit, maar sommigen hebben het erg moeilijk met de hitte, zoals het bosviooltje, vrouwenmantel en zelfs de wilde marjolein. Er zijn gelukkig ook inheemse planten die beter bestand zijn tegen de hitte, zoals koninginnekruid, keizerskaars, slangenkruid, bijvoet en Sint-janskruid. Hoewel de laatste twee nu ook al aan het verdrogen zijn, hebben ze het toch anderhalve maand in de droogte volgehouden. Maar van de inheemse soorten staan het koninginnekruid en de keizerskaars daarentegen nog fier overeind!
Koninginnekruid trekt honderden verschillende inheemse insectensoorten aan. Deze variëren van tientallen soorten vlinders, (solitaire) bijen en hommels tot zweefvliegen, kevers en wantsen. De vlinderstruik daarentegen trekt weliswaar grote aantallen individuele insecten aan, maar dit beperkt zich tot enkele tientallen insectensoorten.
Koninginnekruid

Deze plant behoort tot de composietenfamilie (samengesteldbloemigen). De honderden kleine, buisvormige bloempjes per scherm hebben een heel korte kroonbuis. Hierdoor ligt de nectar direct aan de oppervlakte. Zowel insecten met een lange tong (vlinders) als insecten met een korte tong (zweefvliegen, kevers en solitaire bijen) kunnen er moeiteloos bij. Koninginnekruid fungeert niet alleen als voedselbron, maar ook als ‘wieg’. Rupsen van diverse inheemse motten en nachtvlinders (zoals de leverkruidspanner en de wollige beer) leven specifiek van de bladeren van deze plant.
De vlinderstruik daarentegen heeft bloempjes met een zeer lange, smalle kroonbuis. Alleen insecten met een extreem lange roltong – zoals grote dagvlinders (atalanta, dagpauwoog) en bepaalde hommels – kunnen bij de suikers. De overgrote meerderheid van onze nuttige inheemse insecten (kleine wilde bijen, zweefvliegen en kevers) kan letterlijk fluiten naar de nectar. De plant heeft geen waarde voor rupsen, omdat Nederlandse vlinders hun eitjes niet op de vlinderstruik leggen. Geen enkele Nederlandse rups kan de bladeren van de vlinderstruik eten. Zonder rupsen draagt de struik dus niet bij aan de populatiegroei van vlinders. De nectar van de vlinderstruik bevat vrijwel uitsluitend suikers en heel weinig aminozuren (eiwitten), wat het vergelijkbaar maakt met een energierijke maar voedingsarme ‘fastfoodhap’ voor vliegende insecten.
De dag- en nachtploeg in jouw tuin
Door inheemse krachtpatsers zoals het koninginnekruid te combineren met rijkbloeiende exoten, creëer je een gelaagd buffet waar werkelijk álle typen insecten iets van hun gading vinden. Met deze specifieke mix van planten heb je onbewust een geniale 24-uurs bezorgdienst voor nectar en stuifmeel ingericht:
De dagploeg (vlinderstruik & koninginnekruid): Overdag trekt de vlinderstruik de grote, kleurrijke dagvlinders zoals atalanta’s en dagpauwogen aan met zijn suikers, terwijl het koninginnekruid tegelijkertijd de honderden soorten kleine bijen, zweefvliegen en kevers bedient met toegankelijke nectar en aminozuren.
De nachtploeg (teunisbloem, kamperfoelie, jasmijn en bijvoet): Zodra de zon ondergaat en de marjolein of de keizerskaars sluiten, openen de Amerikaanse teunisbloemen hun knoppen. Samen met de sterk geurende inheemse kamperfoelie en Toscaanse jasmijn zenden zij ’s avonds zware geursignalen uit. Dit trekt massaal spectaculaire nachtvlinders aan (zoals de pijlstaarten), die met hun extreem lange roltongen diep in deze buisbloemen kunnen reiken. De bijvoet is aantrekkelijjk voor wel 15 rupsen en vlinders, waaronder de bijvoetmonnik, bijvoetdwergspanner en de kooluil.
Slimme hitte-synergie
De vlinderstruik en grote plakkaten teunisbloemen zijn net zo hittebestendig als de keizerskaars. Je kunt hun schaduw en bladomvang strategisch gebruiken om de kwetsbare toplaag rondom je marjolein en Sint-janskruid koel te houden.
Funest voor je tuin
Wat wel slecht is voor je tuin zijn te veel tegels, kunstgras en gif. Vooral bij droog weer is dit zeer desastreus voor je tuin, je gewilde planten, je waterhuishouding en vooral de temperatuur buiten en binnen, die met wel 10 graden kan stijgen in tegenstelling tot een tuin die overwegend biologisch groen is.
Wat een groene tuin behelst, snapt helaas niet iedereen. Een klant vroeg me laatst om haar kleine tuin helemaal vol te leggen met biologische houten vlonders, met kleine uitsparingen voor de drie bomen die erin staan voor het regenwater. Ze dacht dat het effect beter zou zijn voor het milieu. Ik raadde haar dat af, omdat de tuin dan weinig plekken heeft om regenwater op te vangen voor de planten. Daarnaast wordt het snikheet buiten en binnen in de zomer, en kan door de vlonders de hitte niet snel ontsnappen. Omdat het tuintje midden in een nieuwbouwwijk met andere kleine tuinen ligt, ontstaat er een hittekoepel in en om het huis. Helaas kon ik haar niet overtuigen, maar ik nam de klus niet aan om samen met mijn collega’s dit kleine stukje vol vlonders te leggen.
Ons klimaat verandert, onze zomers worden heter en droger. Wie niet inziet dat dit gevolgen heeft voor de planten, leeft helaas nog steeds onder een steen.